Submenu  
 

Welzijn, gezondheid en zorg



Beslissingen rond leven en levenseinde


Bij 1 op 2 mensen wordt het stervensproces medisch beïnvloed door één of andere beslissing. Er zijn zes mogelijke beslissingen bij het levenseinde:
  • Het stopzetten van een zinloos geworden behandeling, bijvoorbeeld het stoppen van de nierdialyse bij een terminale nierpatiënt.
  • Het niet opstarten van een zinloos geworden behandeling, bijvoorbeeld de beslissing om geen kunstmatige voeding of vocht toe te dienen of geen chemotherapiekuur meer te geven bij een kankerpatiënt.
  • Aanpassing van de pijnstilling tijdens de stervensfase zodat de patiënt pijnvrij kan overlijden. Men kan een palliatieve sedatie geven. Bij sedatie krijgt de zieke geneesmiddelen die zijn bewustzijn verlagen, zoveel als nodig is om de klachten onder controle te brengen. Palliatieve sedatie heeft niet als doel om het leven van de zieke te beëindigen maar om zijn sterven draaglijker te maken.
  • Levensbeëindiging zonder verzoek, zoals bij een pasgeborene met extreme afwijkingen of met een zeer ernstige erfelijke aandoening waarvan de baby toch, na een intense lijdensweg van weken of maanden, zal bezwijken.
  • Hulp bij zelfdoding waarbij de arts een dodelijk middel geeft of voorschrijft aan iemand die aan de voorwaarden van de euthanasiewet voldoet. De patiënt neemt dit middel in op een tijdstip dat hij/zij zelf bepaalt en waarvan de arts verder niet op de hoogte is.
  • Euthanasie of levensbeëindiging op verzoek, is het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een arts op uitdrukkelijke vraag van de patiënt zelf. De patiënt moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

Meer info: LevensEindeInformatieForum (LEIF)


Laatst aangepast op 31-10-2016